Weg met de GAS-wet voor minderjarigen

Wat?

In 2013 werd de wet rond Gemeentelijke Administratieve Sanctie aangepast. Eén van deze aanpassingen was een leeftijdsverlaging: kinderen vanaf 14 jaar kunnen een GAS-boete krijgen en het maximumbedrag kan hoger oplopen. Groen stemde tegen deze wetswijzigingen. Ook een heel aantal jongerenpartijen waren tegen. Samen met 213 middenveldorganisaties voerde Jong Groen acties om de leeftijdsverlaging en andere absurditeiten aan te kaarten. Dit bijzonder sterk signaal bleek zonder gevolg vanuit de politiek. Dat is onbegrijpelijk.

Jong Groen is duidelijk: het GAS-systeem toepassen op minderjarigen is fundamenteel onrechtvaardig.

Weg met de GAS-wet voor minderjarigen

Het GAS–systeem legt het jeugdbeschermingsrecht volledig naast zich neer en is dus principieel oneerlijk.

Waarom Jong Groen tegen de huidige GAS-wetgeving is...

Geen recht op jong zijn

GAS perkt de fysieke en mentale ruimte voor jongeren in. Normaal jongerengedrag (spelen op een plein, in een boom klimmen, belletje trek,…) kan nu met goeddunken van de gemeente zonder meer bestraft worden. Jong zijn krijgt hierdoor een negatieve connotatie en wordt in extreme gevallen gewoonweg gecriminaliseerd. Dat is schadelijk voor de jeugd op zich en voor de beeldvorming die over hen heerst. Ook middenveldorganisaties die werken met jongeren worden door dit systeem geïntimideerd. Hoewel het hun taak is samen met de jongeren de vrijheid op te zoeken, zich te ontplooien en de maatschappij een geweten te schoppen. Hun maatschappijkritische taak wordt door dit systeem onderuit gehaald.

Geen duurzame oplossing

Het GAS–systeem kan het jeugdbeschermings– en sanctierecht niet vervangen. Indien een jongere over de schreef gaat, moet die zich kunnen herpakken via bemiddeling, sensibilisering, begeleiding en een aantal overeengekomen maatregelen. Dat schept meer perspectieven dan een simpele boete. Jongeren zijn voorwerp van het jeugdbeschermingsrecht en worden tot hun 18 jaar in principe niet gesanctioneerd zoals volwassenen (tenzij in extreme gevallen, dan bestaat een procedure van uithandengeving). Het idee daarachter is dat jongeren voor hun 18 nog in ontwikkeling zijn, zowel intellectueel, karakterieel als op gedragsmatig vlak. Het GAS–systeem legt het jeugdbeschermingsrecht – het kader dat de minderjarigheid juridisch in rekening brengt – volledig naast zich neer en is dus principieel oneerlijk.

Er ontbreekt een begripsbepaling van ‘overlast’

Wat is overlast juist? Hier kan men van alles onder begrijpen. Van een 14-jarige die te luid roept naar zijn voetballende vriendjes tot een autoradio die te luid staat. Dit zorgt voor een gigantische willekeur. Zo kan elke gemeente zelf kiezen wat overlast is en wat ze al dan niet beboet. Dit werkt dus zowel willekeur als verwarring in de hand. Bovendien bestaat het gevaar dat gemeentes GAS-boetes gebruiken als extra inkomsten in budgettair krappe tijden. Antwerpen is hier trouwens een mooi voorbeeld van: zo rekende het in zijn begroting laatst nog op een vijfde extra inkomsten uit GAS-boetes.

Het schendt de scheiding der machten

Een GAS–reglement wordt opgesteld door het college van burgemeester en schepenen. De sanctionerende ambtenaar doet zowel de vaststelling als de effectieve vervolging van de sanctie. Zowel bepaling van het sanctionerend kader, de vaststelling van de effectieve inbreuk als de opvolging ervan liggen op het lokaal politieke niveau. Nergens wordt een neutrale, rechterlijke partij betrokken. Dat is een rechtstaat onwaardig.

Voorstellen van Jong Groen

Jong Groen pleit voor een duidelijke begripsbepaling van het woord overlast. Zo moet er een einde komen aan alle absurde regels en bepalingen. We willen terug meer ruimte voor kinderen en jongeren. Ruimte om jong te zijn en zich te kunnen ontwikkelen. Dit zowel fysiek als mentaal.

Overleg, bemiddeling en duiding moeten de toetsstenen worden van deze samenleving. Daarvoor is er een goede samenwerking nodig tussen de verschillende actoren. Van buurtwerkers tot de wijkagent van het middenveld tot het politieke apparaat. De eis tot inspraak is nog nooit zo groot geweest. Tot slot willen we de scheiding der machten terug erkennen.